Mevrouw X; 78 j, rechterheup verwijderd i.v.m. infectie (Staphylococcus aureus)

Maak een Begin. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
Mevrouw X; 78 j, rechterheup verwijderd i.v.m. infectie (Staphylococcus aureus) Door Mind Map: Mevrouw X; 78 j, rechterheup verwijderd i.v.m. infectie (Staphylococcus aureus)

1. Anamnese

1.1. Opgenomen op 03-01-2020

1.2. Voorgeschiedenis: - 2019 2 x spoelen totale heupprothese rechts - 2019 totale heupprothese plaatsing rechts - 2019 coxartrose

1.3. - Is de bacterie staphylococcus aureus op de totale heupprothese van mevrouw gekomen als gevolg van de operatie waarbij dezelfde heupporthese geplaatst werd?

1.4. Somatisch: - mag haar rechterbeen niet belasten - linkerbeen verminderde kracht - katheter - mobiliseren met passieve tillift - moet drie uur per dag uit bed in de rolstoel

1.5. Activiteiten van het dagelijks leven: - bij wassen van onderlichaam hulp bieden - eet op bed

1.6. - hulp bieden met aankleden

1.7. Maatschappelijk functioneren: - heeft 2 zonen - schildert en tekent in vrije tijd - bekijkt graag tuinen met vriendinnen

1.8. Psychisch functioneren: - vind het moeilijk om hulpbehoevend te zijn

1.9. - is mevrouw cognitief goed?

1.10. Communicatie: - spreekt de Nederlandse taal

1.11. Doel: - normaal te kunnen lopen (lange termijn, doel van de zorgvrager zelf)

1.12. - aansterken en wachten totdat zij een nieuwe totale heupprothese rechts geplaatst krijgt (korte tot lange termijn, doel van de zorgvrager zelf)

2. Bedlegerig

2.1. Zorgprobleem 1

2.1.1. P =

2.1.1.1. Verhoogde kans op decubitusvorming

2.1.2. E =

2.1.2.1. Mevrouw is bedlegerig doordat haar rechterheup is verwijderd i.v.m. met een infectie in de heup. Kan haar rechterbeen hierdoor niet verder dan 40 graden buigen.

2.1.2.2. Heeft mevrouw een dunne huid?

2.1.3. S =

2.1.3.1. Bedlegerig

2.1.3.2. Is er een constante druk op de huid aan de onderkant van haar lichaam?

2.1.3.3. Mevrouw vertoont geen symptomen van decubitus

2.1.3.4. Ligt altijd in dezelfde houding in haar bed

2.2. Zorgprobleem 2

2.2.1. P =

2.2.1.1. Verhoogde kans op isolement (geïsoleerd gevoel)

2.2.2. E =

2.2.2.1. Mevrouw is bedlegerig doordat haar rechterheup is verwijderd i.v.m. met een infectie in de heup. Kan haar rechterbeen hierdoor niet verder dan 40 graden buigen.

2.2.2.2. Ligt op een kamer met één andere zorgvrager (die soms verward is)

2.2.3. S =

2.2.3.1. Belt zij vaak om aandacht te krijgen?

2.2.3.2. Heeft zij angst?

2.2.3.3. Heeft zij verdriet?

2.2.3.4. Vertoont tekenen van boosheid als er niet snel op de bel wordt gereageerd, verheft stem, heeft een boze uitdrukking op haar gezicht

2.2.3.5. Op een schaal van 1 tot 10, hoe geïsoleerd voelt mevrouw X zich?

2.2.3.6. Kan de kamer niet verlaten zonder de hulp van twee verpleegkundigen, die haar met de passieve lift uit bed moeten helpen

2.2.3.7. Kan niet lang in de rolstoel blijven zitten omdat zij langzaam van het zitvlak afglijd doordat haar stoel is gesteld op een hoek van 40 graden

3. Evalueren

3.1. Zorgprobleem 1

3.1.1. Als verpleegkundige dagelijks de risicoplaatsen bij mevrouw controleren op niet-wegdrukbare roodheid, lokale warmte, verharding of oedeem of een ander verschijnsel die aanduidend is voor decubitus. Als dit het geval is dan moet dit gerapporteerd worden aan de arts, noteer hierbij ook de graad van de decubitusvorming. Daarnaast moet er dan met de betrokken disciplines worden nagekeken of alle interventies worden uitgevoerd en indien dit het geval is verder kijken naar andere interventies.

3.2. Zorgprobleem 2

3.2.1. Als verpleegkundige met de zorgvrager evalueren of mevrouw haar eerder genoemde cijfer samenhangend met het geïsoleerde gevoel verminderd is met 50%. Als dit cijfer niet verlaagd is dan de interventies met betrokken disciplines nalopen om te kijken of iedereen heeft gedaan wat er van hem/haar gevraagd wordt en of zij daar verbeterpunten in zien.

4. Interventies

4.1. Zorgprobleem 1

4.1.1. Inspecteer als verpleegkundige de huid van de zorgvrager regelmatig op risicoplaatsen. Let op niet-wegdrukbare roodheid, lokale warmte, verharding of oedeem (interventie uit Carpenito)

4.1.2. Bescherm als verpleegkundige de huid van de zorgvrager tegen inwerking van vocht, indien nodig, met een barrièremiddel (interventie vanuit stage)

4.1.3. Vraag als verpleegkundige aan de zorgvrager elk ongemak of pijn te melden en beoordeel in samenspraak met de arts of de oorzaak decubitus is (interventie uit Carpenito)

4.1.4. Pas als verpleegkundige indien mogelijk is wisselhouding toe bij de zorgvrager (interventie uit Carpenito)

4.1.5. Voorkom als verpleegkundige schuifkrachten bij het verplaatsen van de zorgvrager in bed, maak gebruik van een steeklaken en/of glijzijl (interventie vanuit stage)

4.1.6. Vermijd als verpleegkundige dat de zorgvrager in een zijligging van 90 graden ligt of een onderuitgezakte halfzittende houding, gebruik knieknik (interventie uit Carpenito)

4.1.7. Is er als verpleegkundige een drukreducerend matras aangevraagd en waar wisselligging niet mogelijk is een alternerend matras of oplegmatras? (interventie uit Carpenito)

4.1.8. Zorg als verpleegkundige voor een beperkte hoeveelheid beddengoed en onderleggers (interventie uit Carpenito)

4.2. Zorgprobleem 2

4.2.1. Ook als mevrouw niet belt als verpleegkundige twee keer per dag even langskomen om een praatje te maken (zelfbedachte interventie)

4.2.2. Mevrouw als verpleegkundige steeds meer helpen mobiliseren door middel van het opzitschema van de fysiotherapeut en haar dan in de gezamenlijke ruimte plaatsen. (interventie vanuit stage)

4.2.3. Activeer als verpleegkundige vrienden en familie om sociale steun te geven (interventie uit Carpenito)

4.2.4. Zoek als verpleegkundige, familie en vrienden in samenspraak met mevrouw afleidende activiteiten voor momenten waarop gevoelens van eenzaamheid zich kunnen voordoen (interventie uit Carpenito)

4.2.5. Help als verpleegkundige, familie en vrienden in samenspraak met mevrouw bij het zoeken van alternatieve communicatiemiddelen indien hier behoefte aan is (zij heeft een mobiele telefoon), zoals bijvoorbeeld een tablet om te kunnen videobellen. (interventie uit Carpenito)

4.2.6. Er is aan mevrouw door de activiteitenbegeleider gevraagd of zij behoefte heeft om mee te doen aan de activiteiten, zij had hier geen behoefte aan. (interventie vanuit stage)

4.2.7. Is er door de arts geïnventariseerd of mevrouw behoefte heeft aan een maatschappelijk werker of psycholoog? (zelfbedachte interventie)

5. Doelen

5.1. Zorgprobleem 1

5.1.1. Mevrouw X ontwikkeld in de aankomende zes weken dat zij op de Binnenzij aanwezig is geen decubitus graad 1 t/m 4.

5.2. Zorgprobleem 2

5.2.1. Mevrouw X haar gevoel van isolement verminderd zich in de aankomende zes weken met 50% in vergelijking tot hoe geïsoleerd zij zich nu voelt

6. Legenda

6.1. Groen staat voor alle gegevens die ik heb overgenomen vanuit mijn stage. Dit gaat zowel om informatie uit het dossier als handelingen die daar uitgevoerd zijn.

6.2. Blauw staat voor alle gegevens die ik zelf heb bedacht en/of geconstateerd in mijn stageperiode.

6.3. Rood staat voor alle vragen die het uitwerken van de zorgproblemen bij mij hebben opgeroepen