China - japan

Geschiedenis China en Japan

Laten we beginnen. Het is Gratis
of registreren met je e-mailadres
China - japan Door Mind Map: China - japan

1. Beter door

1.1. Vergelijkbare cultuur

1.2. Interesse in elkaar's markt

1.3. Diplomatieke missies van staatshoofden

1.4. Trump's beleid: Handelsoorlog heeft invloed op zowel China als Japan en kan deze landen dichter bij elkaar drijven

2. Slechter door

2.1. Tweede Sino-Japanse oorlog (WO2)

2.1.1. Het bloedbad van Nanking

2.1.1.1. Het ontkennen of niet willen noemen van deze gebeurtenis in geschiedenisboeken

2.1.1.2. Er is hier nooit excuses voor aangeboden

2.2. Japanse inmenging tijdens de Qing-Dynastie

2.3. Conflict over de Senkaku eilanden

2.4. Het Japan georieënteerde Taiwan

2.5. Japan's bondgenootschap met de VS, een rivaal van China

2.6. Rivaliteit door maritieme claims in de Zuid-Chinese zee

2.6.1. Strijd om grondstoffen

3. China

3.1. Politiek

3.1.1. Yuan Dynastie (1271-1368)

3.1.1.1. Kleinzoon van Genghis Khan aan de macht, regeert China in naam van de mongolen.

3.1.2. Ming Dynastie (1368-1644)

3.1.2.1. Tijdens deze periode had China contact met het westen en gingen op expeditie naar Indonesië, India, Arabië en Afrika met handelsschepen.

3.1.2.1.1. Later werd China steeds isolationistischer.

3.1.3. Qing Dynastie (1644-1911)

3.1.3.1. Veroverde China in 1644 vanuit Mantsjoerije wat makkelijk ging door de opstanden, economische crisis en hongersnood waar de Ming-dynastie last van had.

3.1.3.2. Veroverde Taiwan, Mongolië, Tibet en Xianjiang.

3.1.3.3. Gingen door met het isolationisme dat tijdens de Ming-dynastie werd ingevoerd.

3.1.3.3.1. Lange tijd van vrede en stabiliteit

3.1.3.4. Oorlog

3.1.3.4.1. Eerste Sino-Japanse oorlog

3.1.3.4.2. Opiumoorlogen

3.1.4. Republiek China (1912-1949)

3.1.4.1. Geleid door Sun-Yatsen

3.1.4.1.1. Opgevolgd door Chiang Kai-Shek

3.1.4.2. 1927: Nationalisten verdrijven communisten

3.1.4.3. Japan verklaarde oorlog aan China in 1937

3.1.4.3.1. Republiek China verzwakt

3.1.5. Volksrepubliek China (1949-heden)

3.1.5.1. Geleid door Mao Zedong

3.1.5.1.1. Long March (1934)

3.1.5.1.2. Dictator

3.1.5.1.3. Little Red Book voor alle Chinezen (1964-1976)

3.1.5.2. Communistisch

3.1.5.2.1. Voor een verenigd China, democratie en goed leven voor alle Chinezen.

3.1.5.3. Beter leven voor de armen, moderne economie, machtpositie China herstellen

3.1.5.3.1. Moeilijk: grote bevolking, land kapot door oorlog, gelimiteerde hoeveelheid land voor landbouw. Aardbevingen, overstromingen, droogte en ze lopen achter in technologie door isolationisme.

3.1.5.3.2. 2013: Huidige leider Xi Jinping gaat nog steeds door met dit plan

3.1.5.4. 1966: Culturele revolutie: Mao ging tegenstanders zwaar straffen en liet ze tot hun dood werken.

3.1.5.5. Deng Xiaping (1976)

3.1.5.5.1. 1976: Één kind beleid

3.2. Economie

3.2.1. Tijdens isolationisme

3.2.1.1. Mijnbouw: zout, tin, zilver, ijzer

3.2.1.2. Industrie: zijde, katoen en porselein van hoge kwaliteit

3.2.1.3. Landbouw: thee, snelgroeiend rijst, mais, zoete aardappelen en pinda's uit de Amerika's

3.2.1.4. China kon op zichzelf vooruit en alles produceren wat ze nodig hadden. Minimale handel met het buitenland

3.2.1.4.1. China verkocht thee en porselein in ruil voor zilver aan de Britten. De zilvervoorraad van de Britten ging echter snel achteruit en zij moesten dus iets anders vinden.

3.2.2. Na isolationisme

3.2.2.1. China verplicht om te handelen met buitenlanders.

3.2.2.2. Buitenlandse machten gebruikten Chinees grond voor hun eigen productie van grondstoffen.

3.2.2.3. Economie ging slecht door de circa twaalf miljoen verslaafde Chinezen aan opium.

3.2.3. Heden

3.2.3.1. China heeft nominaal gezien na de VS de grootste economie ter wereld.

3.2.3.1.1. Vanaf 2022 geschat de grootste economie ter wereld

3.2.3.1.2. BNP van $14.000.000.000.000 (2de in de wereld)

3.2.3.1.3. Enorme industrie en dienstensector

3.2.3.1.4. Produceert vooraal ijzer, staal, aluminium, textiel, cement, chemicaliën, speelgoed, auto's, schepen, vliegtuigen, zonnenpanelen, kleding, mobieltjes etc.

3.3. Cultureel/sociaal (21ste eeuw)

3.3.1. Religie

3.3.1.1. Chinese Volksreligie

3.3.2. Taal

3.3.2.1. Veel verschillende talen

3.3.2.2. Mandarijn is staatstaal met 65.7% die het als moedertaal spreekt

3.3.3. Bevolking

3.3.3.1. 1.4 miljard inwoners

3.3.3.1.1. Bevolking stijgt langzaam maar er wordt verwacht dat die binnenkort hard zal dalen.

3.3.3.2. Grotendeels Han Chinezen

3.3.4. Cultuur

3.3.4.1. Kan sterk verschillen per regio of stad

3.3.4.2. Sinds het aantreden van de Communistische Partij is er veel meer eenheid ontstaan in China.

3.4. Hervormingen van de Communistiche Partij

3.4.1. 1950: Einde privé bezit van land. Boeren moesten land, gereedschap en het werk delen. Een deel van de opbrengst moest naar de staat.

3.4.2. 1958: Great Leap Forward. De aanleg van bruggen, dammen, irrigatie systemen en allerlei andere projecten om een modern China te creëren. Veel mensen overleden in deze perioden wat leidde tot opstanden waardoor het in de jaren 60 stopte.

3.4.3. 1976: Deng Xiaping: moderniseren landbouw, industrie uitbreiden, wetenschap en technologie ontwikkelen, China's leger versterken.

3.4.4. Verantwoordelijksheidssysteem, mensen moesten voor zichzelf zorgen. Zelf een ambacht kiezen waar ze goed in waren in plaats van dat de staat bepaalde wat jij moest doen.

3.4.5. Tijdens de industrialisering ging kwantiteit boven kwaliteit.

3.5. Fysisch

3.5.1. 3de (of 4de) grootste land ter wereld

3.5.2. 15% van het land is geschikt voor landbouw

3.5.3. 25% bos

3.5.4. 25% grasland

3.5.5. Grotendeels gematigd klimaat

4. Japan

4.1. Politiek

4.1.1. Muromachi periode (1333-1568)

4.1.1.1. De samoerai waren ontevreden met Keizer Go-Diago en zette hem af

4.1.1.2. Er brak een veel bloederige burgeroorlog uit waarbij het land in tientallen verschillende fracties splitte, geleid door de daimyo

4.1.2. Azuchi-Momoyama periode (1568-1600)

4.1.2.1. Japan opnieuw verenigd door Oda Nobunaga

4.1.2.2. Twee invasies op Korea waren mislukt

4.1.3. Edo periode (1603-1868)

4.1.3.1. Geregeerd vanuit het huidige Tokyo, door de shogun

4.1.3.2. Isolationisme (1639)

4.1.3.2.1. Tijd van vrede en stabiliteit

4.1.3.2.2. Einde isolationisme afgedwongen door de VS (1853)

4.1.3.2.3. Alle Portugezen werden het land uitgezet, Nederland hielp Japan hierbij

4.1.3.3. Keizer verloor zijn macht

4.1.3.3.1. Strijd tussen Daimyo en Shogun om autonomie

4.1.3.4. Streng bestuur onder de Tokugawa shogun

4.1.4. Meiji periode (1868-1912)

4.1.4.1. De Meiji restoratie, de keizer kreeg zijn macht terug

4.1.4.2. Wilde Japan westers maken zodat ze niet zouden worden gekoloniseerd

4.1.4.2.1. Japan ging er technologisch op vooruit

4.1.4.2.2. De Meiji regering huurde honderden adviseurs uit het buitenland.

4.1.4.2.3. Zij geloofden dat om met westerse machten te concurren zij ook kolonieeën moesten krijgen

4.1.4.3. Opkomst imperialisme en militarisme

4.1.4.3.1. Oorlogen

4.1.5. Taisho periode (1912-1926)

4.1.5.1. Japan werd democratischer

4.1.5.2. Door participatie in WO1 tegen Duitsland mochten zij de Duitse eilanden die zij hadden bezet houden.

4.1.5.3. Alfabetisering bleef toenemen

4.1.6. Showa periode (1926-1989)

4.1.6.1. Geleid door keizer Hirohito (1926-1989)

4.1.6.2. Periode waarbij extreem nationalisme kwam

4.1.6.2.1. Tweede Sino-Japanse oorlog in 1937

4.1.6.3. Japan had grondstoffen nodig voor de industrie

4.1.6.4. Japan had een militaristische samenleving en dus een sterk leger

4.1.7. 1989-heden

4.1.7.1. Japan heeft een representatieve democratie en een keizer, die heeft echter weinig tot geen politieke invloed.

4.2. Economie

4.2.1. Voor Meiji periode (1868)

4.2.1.1. Japan heeft weinig natuurlijke grondstoffen

4.2.1.2. Economie gebasseerd op landbouw (voornamelijk rijst)

4.2.1.3. Porselein

4.2.2. Na Meiji-Restoratie

4.2.2.1. Economie steeg hard door verwestering en industrialisering

4.2.2.2. Militaire industrie

4.2.3. Heden

4.2.3.1. BNP van $5.154.000.000.000 (3de in de wereld)

4.2.3.2. Exporteert vooral elektrische apparaten, voertuigen, plastic, metaal, rubber, computers etc.

4.2.3.3. Heeft enorme internationale bedrijven als Toyota, Honda, Nissan, Sony, Panasonic, Hitachi etc.

4.3. Cultureel/sociaal

4.3.1. Religie

4.3.1.1. Shintoïsme

4.3.1.2. Boedhisme

4.3.1.3. Minderheid van Christendom en andere religies

4.3.2. Taal

4.3.2.1. Japans met een aantal verschillende dialecten

4.3.2.1.1. Sinds de Meiji periode was een bijkomend effect van de eenheid en nationalisme dat iedereen Japans moest spreken.

4.3.3. Bevolking

4.3.3.1. 127 miljoen inwoners

4.3.3.1.1. Bevolking daalt

4.3.4. Cultuur

4.3.4.1. Japanse cultuur kwam van oorsprong grotendeels uit Chinese cultuur vandaan, tijdens de Meiji periode en het heden hebben ze ook veel westerse invloed gehad.

4.4. Fysisch

4.4.1. 70% bergachtig land

4.4.2. 61ste in de wereld in totaal landoppervlakte

4.4.3. 66% is bebost

4.4.4. 13% is beschikbaar voor landbouw

5. Relaties