Verbandmaterialen

Samenvatting wondmaterialen. Info afkomstig van www.zorgvoorbeter.nl

Iniziamo. È gratuito!
o registrati con il tuo indirizzo email
Verbandmaterialen da Mind Map: Verbandmaterialen

1. Vette gazen

1.1. Wordt gebruikt bij brandwonden. schaafwonden en langzaam helende open wonden

2. Wondbehandelmiddelen

2.1. 1. absorberend, niet verklevend verband 2. alginaat 3 antibacteriële producten 4.enzymatische necrose-oplossers 5. geurneutraliserende verbanden 6. huidvervangende producten 7. hydro actieve verbanden 8.hydrocolloïd 9. hydrogels 10. reinigende vloeistoffen 11. schuimverband 12. siliconenverband 13. transparante wondfolies 14. vette gazen 15. wondrand- en huidbeschermers

3. Wanneer wordt wat gebruikt?

3.1. absorberend niet klevend verband: wordt vaak gebruikt als secundair verband. Moet tijdig vervangen worden omdat er anders bacteriegroei ontstaat.

3.2. Alginaat is vooral geschikt voor exsuderende wonden. Het heeft van zichzelf geen antibacteriële eigenschappen, maar bacteriën en debris worden in de gel opgesloten en bij de verbandwisseling verwijderd waardoor een reinigend effect ontstaat. Het verband kleeft niet aan de wond waardoor pijn door verbandwisselingen verminderd wordt en nieuw gevormd weefsel niet wordt beschadigd. Het bevordert de bloedstolling en heeft een hoog absorptievermogen. Het verband is elastisch en kan zich daardoor goed aanpassen aan de wond. Er is wel een risico op uitdroging door de open structuur

3.3. Anti-bacteriële producten: Deze middelen worden alleen op indicatie en kortdurend toegepast. Indicaties voor toepassing in de wond. wondinfectie (meer dan 100.000 bacteriën per cm²), in combinatie met: verminderde algehele afweer verminderde lokale afweer (bijvoorbeeld ten gevolge van circulatiestoornissen)

3.4. Enzymatische- necrose oplossers: Deze producten bevatten eiwitsplitsende enzymen die necrotische weefselresten en purulente exsudaten oplossen. Deze weefselresten en exsudaten worden vervolgens bij de wondreiniging verwijderd (spoelen met kraanwater). Bij het gebruik van deze necroseoplossers dient er sprake te zijn van een vochtig wondmilieu. Soms treedt er een allergische reactie op. Dit is een indicatie om een necroseoplosser te gebruiken zonder enzymen: deze lossen het dode weefsel op met behulp van een hypertone zoutoplossing (bijvoorbeeld een geïmpregneerd gaasverband).

3.5. Geur neutraliserende verbanden: Een geurneutraliserend verband is een kruising tussen een gaas en een absorberend verband, doordrenkt met koolstof. De koolstof in het verband neutraliseert de geur en het verband zelf neemt vocht op. Koolstofverband wordt met name gebruikt bij sterk ruikende wonden. De frequentie van verwisselen is afhankelijk van de hoeveelheid exsudaat.

3.6. Huid vervangende wondbedekker: Een huid vervangende wondbedekker benadert de eigenschappen van een normale huid. Ze worden gemaakt van donorhuid of zijn (semi-)synthetisch.

3.7. Hydro actieve verbanden: Deze verbanden zijn gemaakt van polyurethaangel en bevatten daarnaast hydrocolloïd (zie ook: hydrocolloïden). Ze kunnen grote hoeveelheden vloeistof absorberen waardoor de concentratie van eiwitten en groeifactoren in de wond wordt verhoogd. Ze hebben eigenschappen die vergelijkbaar zijn met hydrocolloïden. Creëren van vochtig wondmilieu. Reinigen van de wond. Zwellen van het verband waardoor volledig en elastisch contact met de wondbodem ontstaat.

3.8. Hydrocollïden: Hydrocolloïden, bestaande uit absorberende deeltjes die kunnen opzwellen, creëren een vochtige wondomgeving en dit bevordert granulatie en epithelisatie. Ze hebben de volgende eigenschappen. Er wordt een vochtig wondmilieu gecreëerd. Er vindt autolytisch debridement plaats doordat leukocyten en enzymen, die zich in het wondvocht bevinden, in de gel worden opgenomen. Migratie van epitheelcellen wordt vergemakkelijkt. Er wordt geen zuurstof doorgelaten naar de wond, hierdoor wordt de vorming van nieuwe bloedvaatjes en fibroblasten gestimuleerd. Bacteriën worden opgenomen in de gel en de natuurlijke afweer wordt in stand gehouden. Eventuele pijn wordt na het opbrengen verminderd. Nieuw gevormd granulatieweefsel en epitheel wordt beschermd omdat frequente verbandwisseling niet nodig is. De vorming van gel voorkomt dat het verband in de wond kleeft en zorgt ervoor dat het verband zonder pijn verwisseld kan worden. Hydrocolloïden kunnen beter niet op geïnfecteerde wonden gebruikt worden.

3.9. Hydrogels: Hydrogels bevatten polymeren (polyethyleen) waarin water wordt vastgehouden. Ze hebben de volgende eigenschappen. Er wordt een vochtig wondmilieu gecreëerd; afhankelijk van de vochtigheid van de wond wordt vocht afgestaan of opgenomen. In rode wonden wordt het granulatieweefsel beschermd tegen uitdroging. In gele wonden wordt het fibrinebeslag opgelost. In zwarte wonden wordt het necrotisch weefsel gehydrateerd, hierdoor vindt autolytisch debridement plaats. Pijnreducerend. Verweking van gezonde wondranden wordt voorkomen (door de vocht absorberende capaciteit). Hydrogels dienen niet gebruikt te worden bij met anaerobe bacteriën geïnfecteerde wonden. Bij een hydrogel hoort altijd een secundair verband om de gel op zijn plaats te houden. Dat kan een zelfklevende folie zijn of een dun hydrocolloïd zijn.

3.10. Reinigende vloeistoffen: Reinigende vloeistoffen worden meestal op 2 manieren toegepast, namelijk: als spoelvloeistof als vochtig verband Sommige vloeistoffen veroorzaken pijn in de wond. Antibacteriële vloeistoffen zijn in principe toxisch voor cellen, vooral voor fibroblasten. De wondgenezing wordt op den duur belemmerd. Ook wordt door langdurig gebruik het gezonde weefsel aangetast.

3.11. Schuimverbanden: Schuimverbanden hebben meestal een toplaag van polyurethaan folie. Ze hebben een goede absorptiecapaciteit. Het exsudaat wordt opgenomen en het schuim verandert niet van volume en vorm. Ze kunnen goed in vorm gebracht of op maat geknipt worden. Dikke schuimverbanden kunnen ook worden gebruikt als bescherming tegen druk.

3.12. Silliconen verband: Dit verband heeft de eigenschappen van schuimverband. Een bijkomend voordeel is dat een siliconenverband aan de omliggende gezonde huid kleeft zonder deze te beschadigen. De siliconen schermen de wondranden af.

3.13. Transparante wondfolies: Deze folies zijn gemaakt van polyurethaan en zijn aan één kant voorzien van een hypoallergene, huidvriendelijke kleeflaag. Ze worden toegepast op: weinig exsuderende wonden. intacte huid die aan schuifkrachten en wrijving onderhevig is. Men dient er goed op te letten dat de folie aan de randen niet opkrult of loslaat. Dit geeft rimpels die vervolgens weer aanleiding kunnen geven tot het ontstaan van decubitus. Het op de juiste wijze aanbrengen van de folie vereist vaak enige oefening.

3.14. Vette gazen: Vette gazen worden bij enzymatische necroseoplossers gebruikt als niet verklevende wondcontactlaag onder een gaaskompres. In verband met verweking van de wondranden moet de omringende huid beschermd worden met een wondrandbeschermer.

3.15. Wondrand- en huidbeschermers: Bij wonden met veel wondexsudaat kan maceratie (verweking van de hoornlaag) ontstaan. Dit kan voorkomen worden door de wondranden te beschermen met zalf, filmlaag of hydrocolloïd.