Hoofdstuk 2: soorten economieën

Commencez. C'est gratuit
ou s'inscrire avec votre adresse courriel
Hoofdstuk 2: soorten economieën par Mind Map: Hoofdstuk 2: soorten economieën

1. 1. De vrijemarkteconomie

1.1. Grondlegger: Adam smith

1.2. Een economisch systeem waarbij de prijzen in de economie tot stand komen door de wetten van vraag en aanbod.

1.2.1. Nauw verbonden met het liberalisme: een politiek-maatschappelijke stroming waar vrijheid centraal staat.

1.2.1.1. Doel liberalisme: het liberaliseren van de hele economie.

1.2.1.1.1. Alle beperkende maatregelen voor een sector van de economie opheffen.

1.2.1.1.2. De overheid grijpt niet in in het economische proces, waardoor producenten en consumenten volledig vrij zijn.

1.2.2. 1.1 Kenmerken van de vrijemarkteconomie:

1.2.2.1. Vrijheid

1.2.2.2. Concurrentie

1.2.2.3. Productiefactoren in handen van private ondernemingen

1.2.2.4. Ondernemerschap

1.2.2.5. Vraag en aanbod

1.2.2.6. Winstkansen

1.2.3. 1.2 Vraag & aanbod

1.2.3.1. Alle economische activiteit in de vrijemarkteconomie vindt plaats op de markt:

1.2.3.1.1. De markt:

1.2.3.1.2. Vraag/aanbod

1.2.4. 1.3 Voor- en nadelen van de vrijemarkteconomie:

1.2.4.1. Voordelen:

1.2.4.1.1. Grote winsten voor de eigenaars van fabrieken/ondernemingen.

1.2.4.1.2. Weinig inmenging van de overheid, vrijheid in het ondernemerschap.

1.2.4.1.3. Veel concurrentie tussen bedrijven.

1.2.4.1.4. ...

1.2.4.2. Nadelen:

1.2.4.2.1. Massa's werknemers die voor een laag loon moeten werken.

1.2.4.2.2. Kleinere ondernemingen kunnen niet van de grond komen door de slopende concurrentie.

1.2.4.2.3. Zonder wetshandhaving kunnen er veel illegale praktijken plaatsvinden in de geprivatiseerde ondernemingen zoals het witwassen van geld, misbruiken van werkgevers,...

1.2.4.2.4. De prijzen van producten kunnen ongestoord omhoog gevoerd worden door de enorme concurrentie tussen ondernemingen.

1.2.4.2.5. ...

2. Ideologie: een min of meer samenhangende maatschappijvisie die meestal vertrekt vanuit één centraal idee of centrale gedachte.

2.1. Ideologieën met een duidelijke economische inslag:

2.1.1. Het liberalisme

2.1.1.1. Voorstander van: de vrijemarkteconomie

2.1.2. Het communisme

2.1.2.1. Voorstander van: de centraal geleide economie

2.1.3. Het socialisme

2.1.3.1. Voorstander van: de gemengde economie

2.2. Een ideologie= een onderdeel van het ruimere mens- en wereldbeeld.

2.2.1. Mens- en wereldbeelden: een min of meer samenhangend geheel van opvattingen over de werkelijkheid.

3. 2. De centraal geleide economie:

3.1. Een economisch systeem waarbij de hele economie georganiseerd wordt door de overheid. (ook wel gezien als de tegenhanger van de vrijemarkteconomie)

3.1.1. 2.1 Kenmerken van de centraal geleide economie:

3.1.1.1. Planning (door de overheid)

3.1.1.2. Geen vrijheid

3.1.1.3. Geen concurrentie

3.1.1.4. Productiefactoren in handen van de staat

3.1.1.5. Geen privaat ondernemerschap

3.1.2. 2.2 Voor- en nadelen van de centraal geleide economie:

3.1.2.1. Voordelen:

3.1.2.1.1. Snelle industrialisatie.

3.1.2.1.2. De wetten van vraag & aanbod spelen niet. De prijzen van goederen blijven dus meestal hetzelfde.

3.1.2.1.3. Praktijken in de economie die volgens de wet illegaal zijn kunnen niet meer plaatsvinden.

3.1.2.1.4. Iedereen heeft een functie in de maatschappij.

3.1.2.1.5. ...

3.1.2.2. Nadelen:

3.1.2.2.1. Er is geen concurrentie= geen economische groei.

3.1.2.2.2. Er is totaal geen vrijheid voor ideeën, keuzes, innovatie,...

3.1.2.2.3. De overheid bepaald wie welke functie krijgt in de maatschappij. Mensen mogen zelf niet kiezen wat ze doen.

3.1.2.2.4. ...

3.2. Nauw verbonden met het communisme

3.2.1. Doel van het communisme: het nationaliseren van alle private ondernemingen en de verdeling van de productiemiddelen aan de staat overlaten.

3.2.1.1. Alle private ondernemingen omvormen tot overheidsbedrijven.

3.2.1.1.1. De leiding van de ondernemingen ligt in handen van raden van arbeidsafgevaardigden en overheidsfunctionarissen.

3.2.1.1.2. De overheid is de enige werkgever en bepaalt wie waar en wanneer werkt.

3.3. Grondlegger: Karl Marx

4. 3. De gemengde economie:

4.1. Een economisch systeem dat gebaseerd is op de vrijemarkteconomie, maar probeert de negatieve gevolgen die eigen zijn aan dat systeem weg te werken door overheidsingrijpen.

4.1.1. 3.1 Kenmerken van de gemengde economie:

4.1.1.1. Vrijheid

4.1.1.2. Private overheidsbedrijven

4.1.1.3. Wetgeving

4.1.1.4. Ingrepen in de marktwering

4.1.1.5. Herverdeling van de welvaart

4.1.2. 3.2 Voor- en nadelen van de gemengde economie:

4.1.2.1. Voordelen:

4.1.2.1.1. De overheid speelt rol van ondernemer & aandeelhouder

4.1.2.1.2. Elementen van kapitalisme en socialisme worden gecombineerd

4.1.2.1.3. De overheid bepaalt sommige maatstaven

4.1.2.1.4. ...

4.1.2.2. Nadelen:

4.1.2.2.1. Er kan te veel of te weinig inmenging zijn van de overheid.

4.1.2.2.2. Negatieve gevolgen door beide ideologieën kunnen zich voordoen

4.1.2.2.3. Producten kunnen te goedkoop of te duur worden, wat nadelig is voor de consument en producent.

4.1.2.2.4. ...