project management

Comienza Ya. Es Gratis
ó regístrate con tu dirección de correo electrónico
project management por Mind Map: project management

1. Hoofdstuk 1 Het project

1.1. 1.1 Soorten werkzaamheden (zie figuur 1.1 & figuur 1.2 blz.19 )

1.1.1. Improvisatie

1.1.1.1. weinig of geen richtlijnen bij deze aanpak, daardoor heel chaotisch en kost veel energie

1.1.1.2. inspringen op plotselinge gebeurtenissen

1.1.1.3. uitkomst is vaak onzeker en het resultaat is moeilijk te voorspellen

1.1.1.4. veel vrijheid aan de uitvoerder van het project

1.1.2. Routinematige werkzaamheden

1.1.2.1. herhaaldelijk uitgevoerd daardoor goed voorspelbaar.

1.1.2.2. werkprocedures opstellen om doelmatig en efficiënt te werken.

1.1.2.3. veel voorkomende werkzaamheden binnen organisaties, zoals lopendebandwerk. de in en-verkoopprocedure en administratieve werkzaamheden

1.1.3. Projectmatige werkzaamheden

1.1.3.1. eenmalig en tijdelijk karakter en zijn vrij voorspelbaar. ligt tussen routinematig en improvisatie in.

1.1.3.2. hierbij wordt heel planmatig gewerkt, zodat het eindpunt van het streefpunt steeds helder blijft.

1.2. 1.3 wat is een project? ( zie figuur 1.3 blz. 21 )

1.2.1. tijdelijk

1.2.1.1. een project heeft een beginpunt (projectstart-up) en een eindpunt.

1.2.2. beoogd projectresultaat is uniek

1.2.2.1. uniek en eenmalig projectresultaat waarbij het project buiten de normale gang van zaken valt.

1.2.3. projectdoel

1.2.3.1. waarom wil jij dit project laten uitvoeren, welk resultaat verwacht je te behalen.

1.2.4. opdrachtgever

1.2.4.1. een opdrachgever die de capaciteit beschikbaar stelt om het project uit te voeren.

1.2.4.2. ook wel Sponsor ( financier ) genoemd binnen de projectgroep.

1.2.4.3. neemt belangrijke beslissingen

1.2.5. projectmanager en projectteam

1.2.5.1. de projectmanager heeft de eindverantwoordelijkheid

1.2.5.2. projectmanager maakt samen met de opdrachtgever een plan van aanpak,

1.2.6. samen werken aan het projectresultaat

1.2.6.1. de projectteamleden komen vaak binnen de organisatie van verschillende afdelingen.

1.2.6.2. resultaatgericht werken is essentieel binnen de projectorganisatie.

1.2.6.2.1. projecten zijn vaak Multidisciplinair omdat elk project een bepaalde maat van complexiteit (ingewikkeldheid) met zich mee brengt.

1.2.7. eigen budget

1.2.7.1. budget dat vooraf moet worden vastgelegd en goedgekeurd.

1.2.7.2. budget kan uit geld en capaciteit bestaan.

1.2.7.3. een project zonder financieel budget heeft een urenbudget voor de in te zetten teamleden.

1.2.8. bewaking voortgang

1.2.8.1. door verschillende factoren bij te houden ( planning, rapportages ) kun je de bewaking van de voortgang en de kosten plaats realiseren.

1.2.8.2. door het project beter te kunnen beheren, kun je er voor kiezen om een projectmanagementmethode te gebruiken.

1.3. 1.4 Van improvisatie via project naar routine ( zie figuur 1.4 blz. 23 )

1.3.1. als blijkt dat het geïmproviseerde plan vaker voorkomt, zal deze situatie meer georganiseerd moeten worden.

1.3.2. als het project gereed is, zijn er standaardwerkprocedures ontwikkeld, zodat je niet steeds hoeft te improviseren wat veel energie kost.

1.4. 1.5 Soorten projecten

1.4.1. technische projecten

1.4.1.1. goed te plannen projecten waarbij de verandering in de techniek als doelstelling heeft. denk aan bouwen van een gebouw

1.4.2. sociale projecten

1.4.2.1. zijn vaak gericht op cultuur- en organisatieveranderingen en hebben een minder duidelijk einddoel. dit wordt ook wel "zachte"projecten genoemd.

1.4.3. commerciële projecten

1.4.3.1. projecten waarbij de doelstelling geld verdienen is, denk hierbij aan een marktonderzoek.

1.4.4. gemengde projecten

1.4.4.1. een project waarbij de uitkomst op meerdere factoren invloed heeft.

1.4.5. evenementen

1.4.5.1. het projectresultaat komt beschikbaar op een vast moment. bijvoorbeeld de huishoudbeurs.

1.4.6. interne opdrachtgever en een externe opdrachtgever

1.5. 1.6 Aandachtspunten bij projectmatig werken. ( zie figuur 1.5 blz. 25 )

1.5.1. eis voorbereidingstijd bij de opdrachtgever

1.5.1.1. ga planmatig aan de slag en maak een plan van aanpak

1.5.2. overleg met betrokkenen

1.5.2.1. omdat je met meerdere vakgebieden te maken krijgt tijdens een project zorg er dan eerst voor een gesprek met alle betrokkenen.

1.5.3. werk top-down

1.5.3.1. bepaal eerst de grote lijnen van het project en ga nog niet in op de details zo verlies je het overzicht.

1.5.3.2. voorbereiding ( denken )

1.5.3.3. realisatie ( doen )

1.5.3.4. nazorg ( onderhouden )

1.5.4. denk eerst na: vooruit en achteruit

1.5.4.1. begin het project door het door te lopen van voor naar achter en van achter naar voor, zodat je alle werkzaamheden inbeeld hebt.

1.6. 1.7 Faseren ( zie figuur 1.6 blz. 27 )

1.6.1. initiatief

1.6.1.1. het tot stand koming van het idee.

1.6.1.2. projectvoorstel

1.6.2. definitie

1.6.2.1. bepaald wat het eindresultaat van het project is en wat er allemaal moet gebeuren. de uitkomst hiervan is het plan van aanpak.

1.6.3. ontwerp

1.6.3.1. hier wordt duidelijk hoe komt het projectresultaat eruit te zien/

1.6.4. voorbereiding

1.6.4.1. hier wordt duidelijk hoe het projectresultaat gemaakt gaat worden. hierbij is een gedetailleerd ontwerp voor nodig zoals bouwtekeningen.

1.6.5. realisatie

1.6.5.1. het doen van het project met het beoogde resultaat als uitkomst.

1.6.6. nazorg

1.6.6.1. het in stand houden van het projectresultaat door eventuele aanpassingen van nieuwe wensen.

1.7. 1.8 Doel van fasering

1.7.1. aan het eind van elke fase krijgt de opdrachtgever de kans om het project bij te sturen en kan hierbij 3 beslissingen nemen

1.7.1.1. doorgaan op de ingeslagen weg

1.7.1.2. doorgaan, met aanpassingen van het projectdoel.

1.7.1.3. stoppen met het project.

1.8. 1.11 levenscyclus van een project

1.8.1. zie figuur 1.11 op blz 32

1.9. 1.12 Projecten moeten SMART zijn

1.9.1. Specifiek

1.9.1.1. grondig omschreven project met voldoende details

1.9.2. Meetbaar

1.9.2.1. je moet het project kunnen meten achteraf, is het behaald qua tijd, geld en kwaliteit

1.9.3. Acceptabel

1.9.3.1. het project moet acceptabel genoeg zijn om te behalen binnen de projectgroep

1.9.4. Realistisch

1.9.4.1. het project moet realistisch blijven, je kunt geen project hebben waarbij je ineens 300% meer winst wilt gaan bereiken.

1.9.5. Tijdgebonden

1.9.5.1. het project moet een einddatum hebben en daarbij heb je gelijk een tijdgebonden project.

1.10. 1.13 Uitvoeren van projecten in dit boek

1.10.1. zie tabel 1.8 blz. 34