Casus: Cultuur- en gedragswetenschappen

Jetzt loslegen. Gratis!
oder registrieren mit Ihrer E-Mail-Adresse
Casus: Cultuur- en gedragswetenschappen von Mind Map: Casus: Cultuur- en gedragswetenschappen

1. 1. Supra: Europees

1.1. Samenwerking en uitwisselingen tussen de europese landen omtrent onderwijs

1.2. Europese doelstellingen voor onderwijs

1.2.1. 1. Verhoging van de kwaliteit en effectiviteit van onderwijs

1.2.2. 2. Toegang voor allen tot onderwijs en vorming

1.2.3. 3. sociale cohesie en actief burgerschap bevorderen

1.3. Leercompetentie (EC)

1.3.1. basisvaardigheden

1.3.2. kritisch nadenken over leerdoelen

2. 2. Macro: Nationaal

2.1. Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

2.1.1. Onderwijsnetten

2.1.1.1. GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap

2.1.1.1.1. Pedagogisch project 'Samen leren samenleven' (PPGO!)

2.1.1.1.2. Leerplannen per vakgebied o.b.v. de Vlaamse eindtermen

2.1.1.2. Vrij gesubsidieerd onderwijs

2.1.1.3. Officieel gesubsidieerd onderwijs

2.1.2. Eindtermen

2.1.2.1. Algemene eindtermen

2.1.2.2. Vakgebonden eindtermen

2.1.2.3. Vakoverschrijdende eindtermen

2.1.2.3.1. Door de overheid vastgelegde opdrachten die ze voor onderwijs en samenleving belangrijk vindt. vb. Burgerzin

2.1.2.3.2. Iedere school stelt eigen plan op

2.1.2.4. Vakspecifieke eindtermen

3. 3. Meso: De school KTA Jette

3.1. Profiel

3.1.1. Nederlandstalige school in Brussel

3.1.2. Zet extra in op het taalbeleid

3.2. Pedagogisch project bepaald o.b.v. het PPGO!

3.2.1. Democratische school

3.2.2. Dynamisch mens- en maatschappij beeld

3.2.2.1. Ontwikkeling van de jongere als individu

3.2.2.2. Ontwikkeling van de jongere als gemeenschapswezen

3.2.3. Vorming van vrije mensen (leerlingen)

3.3. Schoolwerkplan

4. 5. Nano: De leerling (Leone)

4.1. GO! leerplan opvoedkunde 3de graad STW TSO

4.1.1. Tutoring

4.1.1.1. Tutordoelen (tanxonomie Bloom)

4.1.1.1.1. De tutee kan het begrip ‘normarm’ uitleggen aan de hand van een in eigen woorden geformuleerde definitie.

4.1.1.1.2. De tutee kan het begrip positief identificatiefiguur uitleggen aan de hand van voorbeelden uit zijn eigen leefomgeving.

4.1.1.1.3. De tutee kan de gevolgen van groepsdruk in groep bespreken en deze linken met het begrip 'normarme omgeving'

4.1.1.1.4. De tutee kan in een debat rond een stelling over experimenteergedrag met illegale middelen zijn/haar mening beargumenteren; kritisch reflecteren en respect tonen voor de mening van medeleerlingen.

4.1.1.1.5. De tutee kan aan de hand van een casus aantonen waarom opgroeien in een normarme omgeving tot gedragsproblemen kan leiden.

4.1.1.2. Beginsituatie leerling

4.1.1.2.1. Indirecte leerlingenkenmerken vb. geslacht, leeftijd, thuismilieu

4.1.1.2.2. Directe leerlingenkenmerken vb. voorkennis en vakbeleving

4.1.1.2.3. Leerpsychologische leerlingkenmerken vb. leerstijl

5. 4. Micro: Lespraktijk

5.1. Leerkracht opvoedkunde

5.1.1. Beroepsprofiel: Leerkracht als..

5.1.1.1. 1. Begeleider van leer-en ontwikkelingsprocessen

5.1.1.2. 2. Opvoeder

5.1.1.3. 3. Inhoudelijk expert

5.1.1.4. 4. Organisator

5.1.1.5. 5. Innovator/onderzoeker

5.1.1.6. 6. Partner van de ouders of verzorgers

5.1.1.7. 7. Lid van een schoolteam

5.1.1.8. 8. Partner van externen

5.1.1.9. 9. Lid van de onderwijsgemeenschap

5.1.1.10. 10. Cultuurparticipant

5.1.2. Evaluatiebeleid

5.1.2.1. Rapport: kennis en vaardigheden

5.1.2.1.1. 1. Permanente evaluatie

5.1.2.1.2. 2. 'Examens' en cijfers 'dagelijks werk'

5.1.2.2. SODA-attest: attituderapport

5.1.3. Jaarplan

5.1.3.1. Beginsituatie

5.1.3.2. Doelstellingen: vakgebonden en vakoverschrijdend

5.1.3.3. Leerinhouden verbonden aan het leerplan

5.1.3.4. Maanden en voorziene lestijden

5.1.4. Schoolagenda