04_verklarend_onderzoek

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
04_verklarend_onderzoek by Mind Map: 04_verklarend_onderzoek

1. icons by icon8

2. vb. 1: combinatieproblematiek privé-werk

2.1. Maatschappelijke probleem

2.1.1. combinatie werk en privé

2.2. Theoretisch kader en concepten

2.2.1. Twee soorten conflicten

2.2.1.1. privé - werk

2.2.1.2. werk - privé

2.2.2. Determinanten volgens gevoerd onderzoek

2.2.2.1. literatuurstudie

2.2.2.2. Privé-werk

2.2.2.2.1. vnl. gezinsaspecten

2.2.2.3. Werk-privé

2.2.2.3.1. rolautonomie

2.2.2.3.2. rolconflict

2.2.2.3.3. roloverlading

2.2.2.3.4. relatie chef en collega’s

2.2.3. Hypothesen

2.2.3.1. Verschillende determinanten spelen een rol

2.2.3.2. Genderverschillen

2.2.3.2.1. mannen meer werk-privé

2.2.3.2.2. vrouwen meer privé-werk

2.2.3.3. Aantal uren werk op zich niet zo van belang, wel tevredenheid over aantal uren werk

2.3. Operationalisering

2.3.1. Conflictvariabelen/ afhankelijke variabelen

2.3.1.1. Hoe vaak hinderen de eisen van uw baan uw gezinsleven?

2.3.1.2. Hoe vaak hinderen de eisen van het gezinsleven uw baan?

2.3.2. Gezinskenmerken/ onafhankelijke variabelen

2.3.2.1. gender

2.3.2.2. aantal kinderen

2.3.2.3. uren betaald werk

2.3.2.4. werken partner

2.3.3. Werkkenmerken/ onafhankelijke variabelen

2.3.3.1. Rolconflict

2.3.3.1.1. werk mee naar huis nemen

2.3.3.2. Roloverlading

2.3.3.2.1. schaal met vragen over werkdruk

2.3.3.2.2. tevredenheid werkomstandigheden

2.3.3.3. Rolautonomie

2.3.3.3.1. schaal met drie vragen over initiatief nemen

2.3.3.3.2. zelf werk bepalen

2.3.3.3.3. fysieke werkomstandigheden

2.3.3.4. Sociale steun chef en collega’s

3. vb. 2: onderzoek sociale samenhang in wijken

3.1. Maatschappelijk probleem

3.1.1. hoe samenleven in buurten en wijken bevorderen?

3.2. Onderzoeksvraag

3.2.1. Welke factoren bepalen de sociale samenhang (concept) in buurten en wijken?

3.3. Theoretisch kader

3.3.1. Literatuuronderzoek

3.3.2. Diverse theorieën over sociale cohesie en sociale samenhang waarbij vooral de positieve effecten zowel voor individu als samenleving worden aangegeven.

3.3.3. Effect van samenstelling van buurten

3.3.3.1. conflicttheorie

3.3.3.2. contacttheorie

3.3.3.3. constricttheorie (bonding, bridging)

3.3.4. Verschillende componenten

3.3.4.1. gedrag

3.3.4.2. beleving

3.3.4.3. waarden

3.3.4.4. zelfredzaamheid

4. Te operationaliseren concept: sociale cohesie

4.1. Gedragscomponent

4.1.1. Indicator

4.1.1.1. intensiteit van de sociale contacten in de buurt

4.1.2. Variabele

4.1.2.1. in welke mate contact met directe buren en andere buurtbewoners

4.1.2.1.1. dagelijks

4.1.2.1.2. wekelijks

4.1.2.1.3. maandelijks

4.1.2.1.4. minder

4.2. Belevingscomponent

4.2.1. Indicator 1

4.2.1.1. tevredenheid over de buurt

4.2.1.2. Variabele

4.2.1.2.1. In welke mate ben je tevreden over de buurt

4.2.1.2.2. 5 puntschaal

4.2.2. Indicator 2

4.2.2.1. vertrouwen in de buurtbewoners

4.2.2.2. Variabele

4.2.2.2.1. In welke mate vertrouwen in buurtbewoners

4.2.2.2.2. 5 puntschaal

4.2.3. Indicator 3

4.2.3.1. zich thuis voelen in de buurt

4.2.3.2. Variabele

4.2.3.2.1. In welke mate voelt u zich thuis in de buurt

4.2.3.2.2. 5 puntschaal

5. Te operationaliseren concept: sociale cohesie

5.1. Waardencomponent

5.1.1. Indicator

5.1.1.1. tolerantie ten opzichte van andere culturen

5.1.2. Variabele

5.1.2.1. 4 vragen over openheid en verdraagzaamheid ten opzichte van andere culturen

5.2. Collectieve zelfredzaamheid

5.2.1. Indicator 1

5.2.1.1. bereidheid om zich in de buurt in te zetten

5.2.2. Variabele

5.2.2.1. In welke mate bereid om zich in te zetten

5.2.2.2. 5-puntschaal

5.2.3. Indicator 2

5.2.3.1. inzet in de buurt

5.2.4. Variabele

5.2.4.1. in welke mate het voorbije jaar iets gedaan in de buurt?

5.3. Eerste analyse

5.3.1. samenhang gedrags-, belevings- en zelfredzaamheid in

5.3.2. nieuwe variabele: buurtintegratie

6. Onderzoeksmodel

6.1. Afhankelijke variabelen

6.1.1. Buurtintegratie

6.1.1.1. schaal van 1 tot 5

6.1.2. Tolerantie

6.1.2.1. schaal van 1 tot 5

6.2. Onafhankelijke of verklarende variabelen

6.2.1. Persoonskenmerken

6.2.1.1. geslacht

6.2.1.2. leeftijd

6.2.1.3. opleiding

6.2.1.4. herkomst

6.2.2. Gezinskenmerken

6.2.2.1. leefvorm

6.2.2.2. gezinsinkomen

6.2.2.3. eigenaar/huurder

6.2.3. Buurtkenmerken

6.2.3.1. heterogeniteit buurt

6.2.3.2. gemiddeld opleidingsniveau

6.2.3.3. gemiddeld inkomen

6.2.3.4. aandeel personen vreemde herkomst

6.2.3.5. aandeel eigenaars

6.2.4. Type stad

7. Soorten variabelen

7.1. Naar getalseigenschap

7.1.1. Discrete - geen tussenwaarde

7.1.1.1. geslacht

7.1.1.2. beroep

7.1.2. Continue variabelen

7.1.2.1. leeftijd

7.1.2.2. lengte

7.2. Naar kwaliteit

7.2.1. Kwantitatieve of numerieke

7.2.1.1. aantal kinderen

7.2.1.2. aantal lidmaatschappen

7.2.2. Kwalitatieve

7.2.2.1. tevredenheid

7.2.2.1.1. schaal 1 tot 5

7.3. Naar functie

7.3.1. Afhankelijke variabele of te verklaren variabele

7.3.1.1. vertrouwen medemens

7.3.2. Onafhankelijke variabele(n) of verklarende variabele(n)

7.3.2.1. geslacht

7.3.2.2. leeftijd

7.3.2.3. opleiding