Reflectie minor

Collect all the neccessary information for planning a successful event

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Reflectie minor by Mind Map: Reflectie minor

1. Week 41

1.1. intra-persoonlijke kwaliteiten

1.1.1. zelfregulerend vermogen

1.1.1.1. motivatie

1.1.1.2. affectie

1.1.1.3. ambitie

1.1.2. reflecterend vermogen

1.1.2.1. op het ontwikkelproces

1.1.2.2. op de ontwikkelopbrengsten

1.1.3. metacognitief vermogen

1.1.3.1. onvoorziene situaties kunnen accepteren

1.1.3.2. planmatig kunnen handelen

1.2. inter-persoonlijke kwaliteiten

1.2.1. communicatief vermogen

1.2.1.1. gemakkelijk met docenten en leiding kunnen communiceren

1.2.1.2. met succes kunnen onderhandelen

1.2.2. cooperatief vermogen

1.2.2.1. kunnen samenwerken in een DOT

1.2.2.2. collegiaal feedback kunnen geven en ontvangen

1.2.2.3. tactisch kunnen optreden

1.3. procesmatig handelen

1.3.1. onderzoekend vermogen

1.3.1.1. nieuwsgierig t.a.v. ICT toepassingen

1.3.1.2. kritische instelling t.a.v. trends op het gebied van ICT

1.3.2. procesmatige benadering

1.3.2.1. complexe situaties of problemen kunnen analyseren (en daaruit ontwerpeisen afleiden)

1.3.2.2. weten welke stappen nodig zijn om tot een ontwerp conform de ontwerpeisen te komen

1.3.2.3. weten hoe je de evaluatie van een ontwerp aanpakt

1.3.3. procesmanagement

1.3.3.1. collega's kunnen motiveren

1.3.3.2. procesbewaking

1.4. vakinhoudelijke deskundigheid

1.4.1. het eigen vak bijhouden

1.4.2. doorhebben wat leerlingen moeilijk vinden

1.5. vakdidactische deskundigheid

1.5.1. repertoire

1.5.1.1. beschikken over een gevarieerd didactisch repertoire

1.5.2. methodekennis

1.5.2.1. zicht hebben op beschikbare methodes en de kwaliteit ervan

1.5.3. ICT-vaardigheid

1.5.3.1. vertrouwd zijn met de toepassing van ICT als leermiddel en leerbron

1.6. planmatig handelen

1.6.1. specificerend vermogen

1.6.1.1. het probleem en/of de eisen kunnen formuleren waaraan het zelf te ontwikkelen product moet beantwoorden

1.6.2. idee genererend vermogen

1.6.2.1. ideeen kunnen genereren voor zelf te ontwikkelen producten

1.6.3. systematisch ontwikkelen

1.6.3.1. weten welke stappen nodig zijn om zelf producten te ontwikkelen

1.6.4. keuzes onderbouwen

1.6.4.1. keuzes die gedurende het ontwikkelproces worden gemaakt, kunnen onderbouwen en verantwoorden

1.6.5. formatief evalueren

1.6.5.1. weten hoe formatieve (=op verbetering gerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

1.6.6. implementatiegericht handelen

1.6.6.1. weten hoe implementatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

1.6.7. summatief evalueren

1.6.7.1. weten hoe summatieve (=resultaatgerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

1.7. inhoudelijk consistent handelen

1.7.1. integraal kunnen denken

1.7.1.1. oog hebben voor de samenhang van de verschillende onderwijscomponenten (basisvisie, leerdoelen, leerinhouden, leeractiviteiten, docentrollen, leermiddelen, leeromgeving, leerlinggroepering, onderwijsleertijd en beoordeling)

1.7.2. kunnen aansluiten op..

1.7.2.1. de voor de doelgroep relevante leer- of ontwikkellijn

1.7.2.2. de doelgroep

1.7.2.3. de schoolvisie

1.7.2.4. de vakeisen

1.7.2.5. maatschappelijke behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen

1.7.2.6. behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen in het voor de doelgroep relevante beroepenveld

1.8. rationeel consistent handelen

1.8.1. kunnen werken aan en vanuit..

1.8.1.1. de relatie met stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

1.8.1.2. draagvlak onder stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

1.8.1.3. een gezamenlijke visie die wordt gedeeld door de stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

2. Week 5

2.1. intra-persoonlijke kwaliteiten

2.1.1. zelfregulerend vermogen

2.1.1.1. motivatie

2.1.1.2. affectie

2.1.1.3. ambitie

2.1.2. reflecterend vermogen

2.1.2.1. op het ontwikkelproces

2.1.2.2. op de ontwikkelopbrengsten

2.1.3. metacognitief vermogen

2.1.3.1. onvoorziene situaties kunnen accepteren

2.1.3.2. planmatig kunnen handelen

2.2. inter-persoonlijke kwaliteiten

2.2.1. communicatief vermogen

2.2.1.1. gemakkelijk met docenten en leiding kunnen communiceren

2.2.1.2. met succes kunnen onderhandelen

2.2.2. cooperatief vermogen

2.2.2.1. kunnen samenwerken in een DOT

2.2.2.2. collegiaal feedback kunnen geven en ontvangen

2.2.2.3. tactisch kunnen optreden

2.3. procesmatig handelen

2.3.1. onderzoekend vermogen

2.3.1.1. nieuwsgierig t.a.v. ICT toepassingen

2.3.1.2. kritische instelling t.a.v. trends op het gebied van ICT

2.3.2. procesmatige benadering

2.3.2.1. complexe situaties of problemen kunnen analyseren (en daaruit ontwerpeisen afleiden)

2.3.2.2. weten welke stappen nodig zijn om tot een ontwerp conform de ontwerpeisen te komen

2.3.2.3. weten hoe je de evaluatie van een ontwerp aanpakt

2.3.3. procesmanagement

2.3.3.1. collega's kunnen motiveren

2.3.3.2. procesbewaking

2.4. vakinhoudelijke deskundigheid

2.4.1. het eigen vak bijhouden

2.4.2. doorhebben wat leerlingen moeilijk vinden

2.5. vakdidactische deskundigheid

2.5.1. repertoire

2.5.1.1. beschikken over een gevarieerd didactisch repertoire

2.5.2. methodekennis

2.5.2.1. zicht hebben op beschikbare methodes en de kwaliteit ervan

2.5.3. ICT-vaardigheid

2.5.3.1. vertrouwd zijn met de toepassing van ICT als leermiddel en leerbron

2.6. planmatig handelen

2.6.1. specificerend vermogen

2.6.1.1. het probleem en/of de eisen kunnen formuleren waaraan het zelf te ontwikkelen product moet beantwoorden

2.6.2. idee genererend vermogen

2.6.2.1. ideeen kunnen genereren voor zelf te ontwikkelen producten

2.6.3. systematisch ontwikkelen

2.6.3.1. weten welke stappen nodig zijn om zelf producten te ontwikkelen

2.6.4. keuzes onderbouwen

2.6.4.1. keuzes die gedurende het ontwikkelproces worden gemaakt, kunnen onderbouwen en verantwoorden

2.6.5. formatief evalueren

2.6.5.1. weten hoe formatieve (=op verbetering gerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

2.6.6. implementatiegericht handelen

2.6.6.1. weten hoe implementatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

2.6.7. summatief evalueren

2.6.7.1. weten hoe summatieve (=resultaatgerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

2.7. inhoudelijk consistent handelen

2.7.1. integraal kunnen denken

2.7.1.1. oog hebben voor de samenhang van de verschillende onderwijscomponenten (basisvisie, leerdoelen, leerinhouden, leeractiviteiten, docentrollen, leermiddelen, leeromgeving, leerlinggroepering, onderwijsleertijd en beoordeling)

2.7.2. kunnen aansluiten op..

2.7.2.1. de voor de doelgroep relevante leer- of ontwikkellijn

2.7.2.2. de doelgroep

2.7.2.3. de schoolvisie

2.7.2.4. de vakeisen

2.7.2.5. maatschappelijke behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen

2.7.2.6. behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen in het voor de doelgroep relevante beroepenveld

2.8. rationeel consistent handelen

2.8.1. kunnen werken aan en vanuit..

2.8.1.1. de relatie met stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

2.8.1.2. draagvlak onder stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

2.8.1.3. een gezamenlijke visie die wordt gedeeld door de stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

3. Week 43

3.1. intra-persoonlijke kwaliteiten

3.1.1. zelfregulerend vermogen

3.1.1.1. motivatie

3.1.1.2. affectie

3.1.1.3. ambitie

3.1.2. reflecterend vermogen

3.1.2.1. op het ontwikkelproces

3.1.2.2. op de ontwikkelopbrengsten

3.1.3. metacognitief vermogen

3.1.3.1. onvoorziene situaties kunnen accepteren

3.1.3.2. planmatig kunnen handelen

3.2. inter-persoonlijke kwaliteiten

3.2.1. communicatief vermogen

3.2.1.1. gemakkelijk met docenten en leiding kunnen communiceren

3.2.1.2. met succes kunnen onderhandelen

3.2.2. cooperatief vermogen

3.2.2.1. kunnen samenwerken in een DOT

3.2.2.2. collegiaal feedback kunnen geven en ontvangen

3.2.2.3. tactisch kunnen optreden

3.3. procesmatig handelen

3.3.1. onderzoekend vermogen

3.3.1.1. nieuwsgierig t.a.v. ICT toepassingen

3.3.1.2. kritische instelling t.a.v. trends op het gebied van ICT

3.3.2. procesmatige benadering

3.3.2.1. complexe situaties of problemen kunnen analyseren (en daaruit ontwerpeisen afleiden)

3.3.2.2. weten welke stappen nodig zijn om tot een ontwerp conform de ontwerpeisen te komen

3.3.2.3. weten hoe je de evaluatie van een ontwerp aanpakt

3.3.3. procesmanagement

3.3.3.1. collega's kunnen motiveren

3.3.3.2. procesbewaking

3.4. vakinhoudelijke deskundigheid

3.4.1. het eigen vak bijhouden

3.4.2. doorhebben wat leerlingen moeilijk vinden

3.5. vakdidactische deskundigheid

3.5.1. repertoire

3.5.1.1. beschikken over een gevarieerd didactisch repertoire

3.5.2. methodekennis

3.5.2.1. zicht hebben op beschikbare methodes en de kwaliteit ervan

3.5.3. ICT-vaardigheid

3.5.3.1. vertrouwd zijn met de toepassing van ICT als leermiddel en leerbron

3.6. planmatig handelen

3.6.1. specificerend vermogen

3.6.1.1. het probleem en/of de eisen kunnen formuleren waaraan het zelf te ontwikkelen product moet beantwoorden

3.6.2. idee genererend vermogen

3.6.2.1. ideeen kunnen genereren voor zelf te ontwikkelen producten

3.6.3. systematisch ontwikkelen

3.6.3.1. weten welke stappen nodig zijn om zelf producten te ontwikkelen

3.6.4. keuzes onderbouwen

3.6.4.1. keuzes die gedurende het ontwikkelproces worden gemaakt, kunnen onderbouwen en verantwoorden

3.6.5. formatief evalueren

3.6.5.1. weten hoe formatieve (=op verbetering gerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

3.6.6. implementatiegericht handelen

3.6.6.1. weten hoe implementatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

3.6.7. summatief evalueren

3.6.7.1. weten hoe summatieve (=resultaatgerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

3.7. inhoudelijk consistent handelen

3.7.1. integraal kunnen denken

3.7.1.1. oog hebben voor de samenhang van de verschillende onderwijscomponenten (basisvisie, leerdoelen, leerinhouden, leeractiviteiten, docentrollen, leermiddelen, leeromgeving, leerlinggroepering, onderwijsleertijd en beoordeling)

3.7.2. kunnen aansluiten op..

3.7.2.1. de voor de doelgroep relevante leer- of ontwikkellijn

3.7.2.2. de doelgroep

3.7.2.3. de schoolvisie

3.7.2.4. de vakeisen

3.7.2.5. maatschappelijke behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen

3.7.2.6. behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen in het voor de doelgroep relevante beroepenveld

3.8. rationeel consistent handelen

3.8.1. kunnen werken aan en vanuit..

3.8.1.1. de relatie met stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

3.8.1.2. draagvlak onder stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

3.8.1.3. een gezamenlijke visie die wordt gedeeld door de stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

4. Week 45

4.1. intra-persoonlijke kwaliteiten

4.1.1. zelfregulerend vermogen

4.1.1.1. motivatie

4.1.1.2. affectie

4.1.1.3. ambitie

4.1.2. reflecterend vermogen

4.1.2.1. op het ontwikkelproces

4.1.2.2. op de ontwikkelopbrengsten

4.1.3. metacognitief vermogen

4.1.3.1. onvoorziene situaties kunnen accepteren

4.1.3.2. planmatig kunnen handelen

4.2. inter-persoonlijke kwaliteiten

4.2.1. communicatief vermogen

4.2.1.1. gemakkelijk met docenten en leiding kunnen communiceren

4.2.1.2. met succes kunnen onderhandelen

4.2.2. cooperatief vermogen

4.2.2.1. kunnen samenwerken in een DOT

4.2.2.2. collegiaal feedback kunnen geven en ontvangen

4.2.2.3. tactisch kunnen optreden

4.3. procesmatig handelen

4.3.1. onderzoekend vermogen

4.3.1.1. nieuwsgierig t.a.v. ICT toepassingen

4.3.1.2. kritische instelling t.a.v. trends op het gebied van ICT

4.3.2. procesmatige benadering

4.3.2.1. complexe situaties of problemen kunnen analyseren (en daaruit ontwerpeisen afleiden)

4.3.2.2. weten welke stappen nodig zijn om tot een ontwerp conform de ontwerpeisen te komen

4.3.2.3. weten hoe je de evaluatie van een ontwerp aanpakt

4.3.3. procesmanagement

4.3.3.1. collega's kunnen motiveren

4.3.3.2. procesbewaking

4.4. vakinhoudelijke deskundigheid

4.4.1. het eigen vak bijhouden

4.4.2. doorhebben wat leerlingen moeilijk vinden

4.5. vakdidactische deskundigheid

4.5.1. repertoire

4.5.1.1. beschikken over een gevarieerd didactisch repertoire

4.5.2. methodekennis

4.5.2.1. zicht hebben op beschikbare methodes en de kwaliteit ervan

4.5.3. ICT-vaardigheid

4.5.3.1. vertrouwd zijn met de toepassing van ICT als leermiddel en leerbron

4.6. planmatig handelen

4.6.1. specificerend vermogen

4.6.1.1. het probleem en/of de eisen kunnen formuleren waaraan het zelf te ontwikkelen product moet beantwoorden

4.6.2. idee genererend vermogen

4.6.2.1. ideeen kunnen genereren voor zelf te ontwikkelen producten

4.6.3. systematisch ontwikkelen

4.6.3.1. weten welke stappen nodig zijn om zelf producten te ontwikkelen

4.6.4. keuzes onderbouwen

4.6.4.1. keuzes die gedurende het ontwikkelproces worden gemaakt, kunnen onderbouwen en verantwoorden

4.6.5. formatief evalueren

4.6.5.1. weten hoe formatieve (=op verbetering gerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

4.6.6. implementatiegericht handelen

4.6.6.1. weten hoe implementatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

4.6.7. summatief evalueren

4.6.7.1. weten hoe summatieve (=resultaatgerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

4.7. inhoudelijk consistent handelen

4.7.1. integraal kunnen denken

4.7.1.1. oog hebben voor de samenhang van de verschillende onderwijscomponenten (basisvisie, leerdoelen, leerinhouden, leeractiviteiten, docentrollen, leermiddelen, leeromgeving, leerlinggroepering, onderwijsleertijd en beoordeling)

4.7.2. kunnen aansluiten op..

4.7.2.1. de voor de doelgroep relevante leer- of ontwikkellijn

4.7.2.2. de doelgroep

4.7.2.3. de schoolvisie

4.7.2.4. de vakeisen

4.7.2.5. maatschappelijke behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen

4.7.2.6. behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen in het voor de doelgroep relevante beroepenveld

4.8. rationeel consistent handelen

4.8.1. kunnen werken aan en vanuit..

4.8.1.1. de relatie met stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

4.8.1.2. draagvlak onder stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

4.8.1.3. een gezamenlijke visie die wordt gedeeld door de stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

5. Week 47

5.1. intra-persoonlijke kwaliteiten

5.1.1. zelfregulerend vermogen

5.1.1.1. motivatie

5.1.1.2. affectie

5.1.1.3. ambitie

5.1.2. reflecterend vermogen

5.1.2.1. op het ontwikkelproces

5.1.2.2. op de ontwikkelopbrengsten

5.1.3. metacognitief vermogen

5.1.3.1. onvoorziene situaties kunnen accepteren

5.1.3.2. planmatig kunnen handelen

5.2. inter-persoonlijke kwaliteiten

5.2.1. communicatief vermogen

5.2.1.1. gemakkelijk met docenten en leiding kunnen communiceren

5.2.1.2. met succes kunnen onderhandelen

5.2.2. cooperatief vermogen

5.2.2.1. kunnen samenwerken in een DOT

5.2.2.2. collegiaal feedback kunnen geven en ontvangen

5.2.2.3. tactisch kunnen optreden

5.3. procesmatig handelen

5.3.1. onderzoekend vermogen

5.3.1.1. nieuwsgierig t.a.v. ICT toepassingen

5.3.1.2. kritische instelling t.a.v. trends op het gebied van ICT

5.3.2. procesmatige benadering

5.3.2.1. complexe situaties of problemen kunnen analyseren (en daaruit ontwerpeisen afleiden)

5.3.2.2. weten welke stappen nodig zijn om tot een ontwerp conform de ontwerpeisen te komen

5.3.2.3. weten hoe je de evaluatie van een ontwerp aanpakt

5.3.3. procesmanagement

5.3.3.1. collega's kunnen motiveren

5.3.3.2. procesbewaking

5.4. vakinhoudelijke deskundigheid

5.4.1. het eigen vak bijhouden

5.4.2. doorhebben wat leerlingen moeilijk vinden

5.5. vakdidactische deskundigheid

5.5.1. repertoire

5.5.1.1. beschikken over een gevarieerd didactisch repertoire

5.5.2. methodekennis

5.5.2.1. zicht hebben op beschikbare methodes en de kwaliteit ervan

5.5.3. ICT-vaardigheid

5.5.3.1. vertrouwd zijn met de toepassing van ICT als leermiddel en leerbron

5.6. planmatig handelen

5.6.1. specificerend vermogen

5.6.1.1. het probleem en/of de eisen kunnen formuleren waaraan het zelf te ontwikkelen product moet beantwoorden

5.6.2. idee genererend vermogen

5.6.2.1. ideeen kunnen genereren voor zelf te ontwikkelen producten

5.6.3. systematisch ontwikkelen

5.6.3.1. weten welke stappen nodig zijn om zelf producten te ontwikkelen

5.6.4. keuzes onderbouwen

5.6.4.1. keuzes die gedurende het ontwikkelproces worden gemaakt, kunnen onderbouwen en verantwoorden

5.6.5. formatief evalueren

5.6.5.1. weten hoe formatieve (=op verbetering gerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

5.6.6. implementatiegericht handelen

5.6.6.1. weten hoe implementatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

5.6.7. summatief evalueren

5.6.7.1. weten hoe summatieve (=resultaatgerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

5.7. inhoudelijk consistent handelen

5.7.1. integraal kunnen denken

5.7.1.1. oog hebben voor de samenhang van de verschillende onderwijscomponenten (basisvisie, leerdoelen, leerinhouden, leeractiviteiten, docentrollen, leermiddelen, leeromgeving, leerlinggroepering, onderwijsleertijd en beoordeling)

5.7.2. kunnen aansluiten op..

5.7.2.1. de voor de doelgroep relevante leer- of ontwikkellijn

5.7.2.2. de doelgroep

5.7.2.3. de schoolvisie

5.7.2.4. de vakeisen

5.7.2.5. maatschappelijke behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen

5.7.2.6. behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen in het voor de doelgroep relevante beroepenveld

5.8. rationeel consistent handelen

5.8.1. kunnen werken aan en vanuit..

5.8.1.1. de relatie met stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

5.8.1.2. draagvlak onder stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

5.8.1.3. een gezamenlijke visie die wordt gedeeld door de stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

6. Week 49

6.1. intra-persoonlijke kwaliteiten

6.1.1. zelfregulerend vermogen

6.1.1.1. motivatie

6.1.1.2. affectie

6.1.1.3. ambitie

6.1.2. reflecterend vermogen

6.1.2.1. op het ontwikkelproces

6.1.2.2. op de ontwikkelopbrengsten

6.1.3. metacognitief vermogen

6.1.3.1. onvoorziene situaties kunnen accepteren

6.1.3.2. planmatig kunnen handelen

6.2. inter-persoonlijke kwaliteiten

6.2.1. communicatief vermogen

6.2.1.1. gemakkelijk met docenten en leiding kunnen communiceren

6.2.1.2. met succes kunnen onderhandelen

6.2.2. cooperatief vermogen

6.2.2.1. kunnen samenwerken in een DOT

6.2.2.2. collegiaal feedback kunnen geven en ontvangen

6.2.2.3. tactisch kunnen optreden

6.3. procesmatig handelen

6.3.1. onderzoekend vermogen

6.3.1.1. nieuwsgierig t.a.v. ICT toepassingen

6.3.1.2. kritische instelling t.a.v. trends op het gebied van ICT

6.3.2. procesmatige benadering

6.3.2.1. complexe situaties of problemen kunnen analyseren (en daaruit ontwerpeisen afleiden)

6.3.2.2. weten welke stappen nodig zijn om tot een ontwerp conform de ontwerpeisen te komen

6.3.2.3. weten hoe je de evaluatie van een ontwerp aanpakt

6.3.3. procesmanagement

6.3.3.1. collega's kunnen motiveren

6.3.3.2. procesbewaking

6.4. vakinhoudelijke deskundigheid

6.4.1. het eigen vak bijhouden

6.4.2. doorhebben wat leerlingen moeilijk vinden

6.5. vakdidactische deskundigheid

6.5.1. repertoire

6.5.1.1. beschikken over een gevarieerd didactisch repertoire

6.5.2. methodekennis

6.5.2.1. zicht hebben op beschikbare methodes en de kwaliteit ervan

6.5.3. ICT-vaardigheid

6.5.3.1. vertrouwd zijn met de toepassing van ICT als leermiddel en leerbron

6.6. planmatig handelen

6.6.1. specificerend vermogen

6.6.1.1. het probleem en/of de eisen kunnen formuleren waaraan het zelf te ontwikkelen product moet beantwoorden

6.6.2. idee genererend vermogen

6.6.2.1. ideeen kunnen genereren voor zelf te ontwikkelen producten

6.6.3. systematisch ontwikkelen

6.6.3.1. weten welke stappen nodig zijn om zelf producten te ontwikkelen

6.6.4. keuzes onderbouwen

6.6.4.1. keuzes die gedurende het ontwikkelproces worden gemaakt, kunnen onderbouwen en verantwoorden

6.6.5. formatief evalueren

6.6.5.1. weten hoe formatieve (=op verbetering gerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

6.6.6. implementatiegericht handelen

6.6.6.1. weten hoe implementatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

6.6.7. summatief evalueren

6.6.7.1. weten hoe summatieve (=resultaatgerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

6.7. inhoudelijk consistent handelen

6.7.1. integraal kunnen denken

6.7.1.1. oog hebben voor de samenhang van de verschillende onderwijscomponenten (basisvisie, leerdoelen, leerinhouden, leeractiviteiten, docentrollen, leermiddelen, leeromgeving, leerlinggroepering, onderwijsleertijd en beoordeling)

6.7.2. kunnen aansluiten op..

6.7.2.1. de voor de doelgroep relevante leer- of ontwikkellijn

6.7.2.2. de doelgroep

6.7.2.3. de schoolvisie

6.7.2.4. de vakeisen

6.7.2.5. maatschappelijke behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen

6.7.2.6. behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen in het voor de doelgroep relevante beroepenveld

6.8. rationeel consistent handelen

6.8.1. kunnen werken aan en vanuit..

6.8.1.1. de relatie met stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

6.8.1.2. draagvlak onder stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

6.8.1.3. een gezamenlijke visie die wordt gedeeld door de stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

7. Week 51

7.1. intra-persoonlijke kwaliteiten

7.1.1. zelfregulerend vermogen

7.1.1.1. motivatie

7.1.1.2. affectie

7.1.1.3. ambitie

7.1.2. reflecterend vermogen

7.1.2.1. op het ontwikkelproces

7.1.2.2. op de ontwikkelopbrengsten

7.1.3. metacognitief vermogen

7.1.3.1. onvoorziene situaties kunnen accepteren

7.1.3.2. planmatig kunnen handelen

7.2. inter-persoonlijke kwaliteiten

7.2.1. communicatief vermogen

7.2.1.1. gemakkelijk met docenten en leiding kunnen communiceren

7.2.1.2. met succes kunnen onderhandelen

7.2.2. cooperatief vermogen

7.2.2.1. kunnen samenwerken in een DOT

7.2.2.2. collegiaal feedback kunnen geven en ontvangen

7.2.2.3. tactisch kunnen optreden

7.3. procesmatig handelen

7.3.1. onderzoekend vermogen

7.3.1.1. nieuwsgierig t.a.v. ICT toepassingen

7.3.1.2. kritische instelling t.a.v. trends op het gebied van ICT

7.3.2. procesmatige benadering

7.3.2.1. complexe situaties of problemen kunnen analyseren (en daaruit ontwerpeisen afleiden)

7.3.2.2. weten welke stappen nodig zijn om tot een ontwerp conform de ontwerpeisen te komen

7.3.2.3. weten hoe je de evaluatie van een ontwerp aanpakt

7.3.3. procesmanagement

7.3.3.1. collega's kunnen motiveren

7.3.3.2. procesbewaking

7.4. vakinhoudelijke deskundigheid

7.4.1. het eigen vak bijhouden

7.4.2. doorhebben wat leerlingen moeilijk vinden

7.5. vakdidactische deskundigheid

7.5.1. repertoire

7.5.1.1. beschikken over een gevarieerd didactisch repertoire

7.5.2. methodekennis

7.5.2.1. zicht hebben op beschikbare methodes en de kwaliteit ervan

7.5.3. ICT-vaardigheid

7.5.3.1. vertrouwd zijn met de toepassing van ICT als leermiddel en leerbron

7.6. planmatig handelen

7.6.1. specificerend vermogen

7.6.1.1. het probleem en/of de eisen kunnen formuleren waaraan het zelf te ontwikkelen product moet beantwoorden

7.6.2. idee genererend vermogen

7.6.2.1. ideeen kunnen genereren voor zelf te ontwikkelen producten

7.6.3. systematisch ontwikkelen

7.6.3.1. weten welke stappen nodig zijn om zelf producten te ontwikkelen

7.6.4. keuzes onderbouwen

7.6.4.1. keuzes die gedurende het ontwikkelproces worden gemaakt, kunnen onderbouwen en verantwoorden

7.6.5. formatief evalueren

7.6.5.1. weten hoe formatieve (=op verbetering gerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

7.6.6. implementatiegericht handelen

7.6.6.1. weten hoe implementatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

7.6.7. summatief evalueren

7.6.7.1. weten hoe summatieve (=resultaatgerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

7.7. inhoudelijk consistent handelen

7.7.1. integraal kunnen denken

7.7.1.1. oog hebben voor de samenhang van de verschillende onderwijscomponenten (basisvisie, leerdoelen, leerinhouden, leeractiviteiten, docentrollen, leermiddelen, leeromgeving, leerlinggroepering, onderwijsleertijd en beoordeling)

7.7.2. kunnen aansluiten op..

7.7.2.1. de voor de doelgroep relevante leer- of ontwikkellijn

7.7.2.2. de doelgroep

7.7.2.3. de schoolvisie

7.7.2.4. de vakeisen

7.7.2.5. maatschappelijke behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen

7.7.2.6. behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen in het voor de doelgroep relevante beroepenveld

7.8. rationeel consistent handelen

7.8.1. kunnen werken aan en vanuit..

7.8.1.1. de relatie met stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

7.8.1.2. draagvlak onder stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

7.8.1.3. een gezamenlijke visie die wordt gedeeld door de stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

8. Week 3

8.1. intra-persoonlijke kwaliteiten

8.1.1. zelfregulerend vermogen

8.1.1.1. motivatie

8.1.1.2. affectie

8.1.1.3. ambitie

8.1.2. reflecterend vermogen

8.1.2.1. op het ontwikkelproces

8.1.2.2. op de ontwikkelopbrengsten

8.1.3. metacognitief vermogen

8.1.3.1. onvoorziene situaties kunnen accepteren

8.1.3.2. planmatig kunnen handelen

8.2. inter-persoonlijke kwaliteiten

8.2.1. communicatief vermogen

8.2.1.1. gemakkelijk met docenten en leiding kunnen communiceren

8.2.1.2. met succes kunnen onderhandelen

8.2.2. cooperatief vermogen

8.2.2.1. kunnen samenwerken in een DOT

8.2.2.2. collegiaal feedback kunnen geven en ontvangen

8.2.2.3. tactisch kunnen optreden

8.3. procesmatig handelen

8.3.1. onderzoekend vermogen

8.3.1.1. nieuwsgierig t.a.v. ICT toepassingen

8.3.1.2. kritische instelling t.a.v. trends op het gebied van ICT

8.3.2. procesmatige benadering

8.3.2.1. complexe situaties of problemen kunnen analyseren (en daaruit ontwerpeisen afleiden)

8.3.2.2. weten welke stappen nodig zijn om tot een ontwerp conform de ontwerpeisen te komen

8.3.2.3. weten hoe je de evaluatie van een ontwerp aanpakt

8.3.3. procesmanagement

8.3.3.1. collega's kunnen motiveren

8.3.3.2. procesbewaking

8.4. vakinhoudelijke deskundigheid

8.4.1. het eigen vak bijhouden

8.4.2. doorhebben wat leerlingen moeilijk vinden

8.5. vakdidactische deskundigheid

8.5.1. repertoire

8.5.1.1. beschikken over een gevarieerd didactisch repertoire

8.5.2. methodekennis

8.5.2.1. zicht hebben op beschikbare methodes en de kwaliteit ervan

8.5.3. ICT-vaardigheid

8.5.3.1. vertrouwd zijn met de toepassing van ICT als leermiddel en leerbron

8.6. planmatig handelen

8.6.1. specificerend vermogen

8.6.1.1. het probleem en/of de eisen kunnen formuleren waaraan het zelf te ontwikkelen product moet beantwoorden

8.6.2. idee genererend vermogen

8.6.2.1. ideeen kunnen genereren voor zelf te ontwikkelen producten

8.6.3. systematisch ontwikkelen

8.6.3.1. weten welke stappen nodig zijn om zelf producten te ontwikkelen

8.6.4. keuzes onderbouwen

8.6.4.1. keuzes die gedurende het ontwikkelproces worden gemaakt, kunnen onderbouwen en verantwoorden

8.6.5. formatief evalueren

8.6.5.1. weten hoe formatieve (=op verbetering gerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

8.6.6. implementatiegericht handelen

8.6.6.1. weten hoe implementatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

8.6.7. summatief evalueren

8.6.7.1. weten hoe summatieve (=resultaatgerichte) evaluatie van zelf ontwikkelde producten in z'n werk gaat

8.7. inhoudelijk consistent handelen

8.7.1. integraal kunnen denken

8.7.1.1. oog hebben voor de samenhang van de verschillende onderwijscomponenten (basisvisie, leerdoelen, leerinhouden, leeractiviteiten, docentrollen, leermiddelen, leeromgeving, leerlinggroepering, onderwijsleertijd en beoordeling)

8.7.2. kunnen aansluiten op..

8.7.2.1. de voor de doelgroep relevante leer- of ontwikkellijn

8.7.2.2. de doelgroep

8.7.2.3. de schoolvisie

8.7.2.4. de vakeisen

8.7.2.5. maatschappelijke behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen

8.7.2.6. behoeften, verwachtingen en ontwikkelingen in het voor de doelgroep relevante beroepenveld

8.8. rationeel consistent handelen

8.8.1. kunnen werken aan en vanuit..

8.8.1.1. de relatie met stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

8.8.1.2. draagvlak onder stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken

8.8.1.3. een gezamenlijke visie die wordt gedeeld door de stakeholders die bij het te ontwikkelen product zijn betrokken