Vrijheid in de late Middeleeuwen

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Vrijheid in de late Middeleeuwen by Mind Map: Vrijheid in de late Middeleeuwen

1. Het gemeen

1.1. Stedelingen die niet tot het patriciaat behoorden. Ze kwamen regelmatig in opstand tegen het onrecht wat de Schepenen hen aanrichtten.

2. 1241 verandering van het bestuur

2.1. In 1241 had de Vlaamse graaf geld nodig, de handelaren en ambachtslieden eisten een beperking van de macht van het Patriciaat. Hierom stelde de graaf een paar nieuwe regels in; er moesten elk jaar nieuwe Schepenen gekozen worden, er mochten geen mensen in het stadsbestuur zitten die familie van elkaar waren en de graaf stelde een stadsraad in, waarin gilden de schepenen konden controleren.

3. Bestuur

4. Schepenen

4.1. Patriciërs, de rijkste burgers in de stad, werden door de Vlaamse graaf verkozen tot Schepenen; de bestuurders en rechters in de stad. Ze maakte misbruik van hun macht, dit door bijv de arme burgers meer belasting te laten betalen.

5. Opkomst van steden leidt tot vrijheid.

5.1. Door bepaalde privileges gingen mensen verhuizen vanaf het platteland naar de stad. In de stad hoefde je minder belasting te betalen en hoefde je ook niet voor een heer te werken. Door deze verhuizingen kon de adek een tekort aan arbeidskrachten alleen voorkomen door de belastingen en herendiensten te verminderen. Op deze manier leidde de opkomst van de steden tot meer vrijheid voor iedereen.

6. De guldensporenslag

6.1. De guldensporenslag is een strijd tussen de Franse koning Filips IV en graaf Gwijde van Vlaanderen. Dit is een voorbeeld van dat steden meer bestuurlijke vrijheid konden opeisen door in tijden van oorlog of conflicen tussen een koning en leenmannen voor de juiste partij te kiezen. In dit geval het gemeen aan de kant van de graaf en de patriciërs aan de kant van de koning.