(Taal)diversiteit binnen grootstedelijk onderwijs

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
(Taal)diversiteit binnen grootstedelijk onderwijs by Mind Map: (Taal)diversiteit binnen grootstedelijk onderwijs

1. Nieuwe kijk op stedelijke onderwijshervorming

1.1. Drie soorten samenwerking tussen gemeenschapsscholen

1.1.1. Het servicemodel: vertegenwoordigd door gemeenschapsscholen

1.1.2. Het ontwikkelingsmoddel: vertegenwoordigd door gemeensschapssponsering van nieuwe scholen

1.1.3. Her organisatiemodel: vertegenwoordigd door organiserend schoolgemeenschap

1.2. Gemeenschapsbetrokkenheid

1.3. Het opbouwen van sociaal kapitaal en het opbouwen van persoonlijke relaties vergroot de capaciteit van scholen op verschillende manieren

1.3.1. Verhoogt de steun die ouders thuis geven

1.3.2. Brengt ondersteuning in klaslokalen en in-schoolactiviteiten

1.3.3. Verbetert het lesgeven door het inzicht van leerkrachten met behoeften en de sterke punten van de gemeenschap te vergroten

1.3.4. Creëert gecoördineerde actie door leerkrachten, ouders en gemeenschapsactivisten. Dit voor de holistische ontwikkeling van kinderen

1.4. Het creëren van relationele kracht door leiderschapsontwikkeling en het opbouwen van samenwerkingsrelaties genereert een intern vermogen om,de cultuur van scholen te veranderen

1.4.1. Het kweekt initiatieven die sterk geworteld zijn in lokale omstandigheden, belangen en waarden

1.4.2. Het creëert hervormingsprojecten waaraan opvoeders, ouders en leden van de gemeenschap,zich inzetten en enthousiast over zijn

1.4.3. Het bevordert de verantwoording aan een georganiseerd en geïnformeerd kiesdistrict van ouders en leden van de gemeenschap

1.5. Het koppelen van scholen aan gemeenschapsontwikkeling en het organiseren van projecten bouwt een politieke achterban om vooruitgang te boeken bij het aanpakken van structurele ongelijkheid

1.5.1. Het verbetert de levensomstandigheden van gezinnen en de gezondheid van mensen let een laag inkomen

1.5.2. Het creëert voorwaarden waaronder studenten beter kunnen leren

1.5.3. Het levert meer middelen aan scholen

1.6. Algemeen besluit

1.6.1. Experts en opvoeders die binnen de vier muren werken van de school, kunnen de problemen van stedelijke scholen en binnenstedelijke gemeenschappen niet oplossen

1.6.1.1. Problemen zijn het gevolg van fundamenteel ongelijke machtsverhoudingen in onze samenleving

1.6.2. Actieve burger is nodig om het soort relaties en het soort macht op te bouwen dat nodig is in het onderwijs van school tot school te transformeren en de bredere structuren van armoede en racisme aan te pakken die onze jeugd in de val lokken

1.6.3. Hoop op echte duurzame verbetering

1.6.3.1. In het leerproces van onze kinderen

1.6.3.2. In de gemeenschappen waarin de kinderen groeien en zich ontwikkelen

2. Het rand en taal project (R&T project) - een onderzoek

2.1. Grote groep leerkrachten voelen zich in sterke mate autonoom gemotiveerd (willen) om hun beroep uit te voeren

2.2. Kennisgerichte aanpak van leerkrachten blijft een hindernis voor een grote groep leerkrachten

2.3. Er is geen plaats voor andere talen, zowel niet in de klas als op de speelplaats

2.4. Wie diversiteit onder de kinderen niet kan thuiswijzen, kan niet gericht hierop inspelen binnen zijn of haar onderwijs

2.5. R&T begeleidingen stroken grotendeels met de bevindingen uit de casestudies

3. Brussels onderwijs

3.1. Georganiseerd door veelheid aan structuren (inrichtende machten)

3.1.1. Functioneren autonoom

3.1.2. Overleggen op verschillende niveaus (net en Gemeenschap)

3.2. Brussel kleine wereldstad

3.2.1. Toename bevolking

3.2.2. Jongeren en internationalisering

3.2.3. Rijkdom vs. werkloosheid en armoede

3.3. Demografische groei

3.3.1. Onderwijs heeft nood aan 1343 bijkomende klassen in basisonderwijs

3.4. De Gemeenschapsmiddelen en de investeringsmarges moeten zich richten op de plekken waar hoge nood is (aan ondersteuning)

3.5. Gewest en zijn nieuwe rol

3.5.1. Strategische planificatie voor jongereninfrastructuur moeten duurzaam worden

3.6. Jongeren verlaten leerplichtonderwijs zinder diploma

3.7. Verschillende scholen met een verschillend publiek

3.7.1. Leerlingen met moeilijkheden (met risico om af te haken) zijn slecht verdeeld over de verschillende instellingen

3.7.2. Ongelijkheden kunnen niet worden weggewerkt en wordt gezien als zwaar werk voor de leerkrachten

3.8. Coördinatie van aantal maatregelingen (studies, projectgroepen, kadaster van mogelijke locaties) worden verzorgd door Brussels Gewest

3.9. Verschillende aspecten die kunnen bijdrage tot een positiever klimaat binnen het Brussels onderwijs is nog een discussie waard