Visie van de minister op het onderwijsbeleid

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Rocket clouds
Visie van de minister op het onderwijsbeleid by Mind Map: Visie van de minister op het onderwijsbeleid

1. Beleidswaarden die centraal staan voor het realiseren van de missie en visie

1.1. Vertrouwen en ruimte geven

1.1.1. Het beleid moet vertrouwen in iedereen die in het onderwijs staan.

1.1.1.1. Het beleid moet hen meer kansen geven.

1.1.1.2. Het beleid moet hen meer ruimte geven zodat zij kerntaken waarvoor zij zich verantwoordelijk voelen, ten volle kunnen opnemen.

1.1.2. De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van ons onderwijs ligt bij de school en de leraren.

1.1.2.1. De overheid legt het ‘wat’ op maar niet het ‘hoe’.

1.1.2.2. Helder afbakenen van doelen:

1.1.2.2.1. Huidige pakket aan eindtermen reduceren

1.1.2.2.2. Eindtermen concretiseren

1.1.2.2.3. Eindtermen ambitieus formuleren

1.1.3. Ruimte geven door:

1.1.3.1. Alle mogelijke vormen van planlast, irriterende regeldruk en juridisering die leraren beperken in hun opdracht, in te perken

1.1.4. Directies -> vertrouwen geven om scholen te laten uitgroeien tot professionele organisaties.

1.1.4.1. Ontwikkelen samen met verschillende onderwijspartners de visie op rollen en verantwoordelijkheden van leiderschap en schoolorganisaties

1.2. Co-creëeren

1.2.1. Onderwijs is teamwerk

1.2.2. Dialoog en overleg zijn basisvoorwarden.

1.2.2.1. Zo komen we tot een breed gedragen consensus over de richting die we willen uitgaan.

1.2.3. Uitwerken van een nieuw onderwijsbeleid:

1.2.3.1. Partners worden volwaardig betrokken in het besluitvormingsproces.

1.2.4. Minister wilt rond belangrijke beleidsthema's streven naar globale akkoorden

1.2.4.1. Elke betrokken engageert zich vanuit zijn expertise, bevoegdheden en mogelijkheden.

1.2.5. Meer transparante en onderbouwde besluitvorming en kwaliteitsvolle regelgeving door:

1.2.5.1. consultatie en participatie, o.a. door sociaal overleg

1.2.6. Inzicht krijgen in de ideeën en belangen van anderen schept vertrouwen.

1.3. Verantwoordelijkheid nemen

1.3.1. Overheid die zich concentreert op 'wat' geeft haar werkveld de verantwoordelijkheid rond het 'hoe'.

1.3.2. De school

1.3.2.1. is en blijft zelf de 1ste verantwoordelijkheid voor:

1.3.2.1.1. onderwijskwaliteit

1.3.2.1.2. interne kwaliteitszorg

1.3.3. Minister wil directies en schoolteams meer ruimte geven om hun beleidsvoerend vermogen te versterken.

1.3.3.1. Laat toe om autonoom een eigen intern kwaliteitszorgsysteem op te bouwen.

1.3.3.2. Vormt het startpunt van de externe kwaliteitscontrole door de onderwijsinspectie.

1.3.3.3. Hiermee verlicht de bestaande regeldruk.

1.3.4. Kwaliteitsbeleid van de school:

1.3.4.1. Manier waarop school omgaat met verantwoording.

1.3.4.2. Welke zaken het team aanvaardbaar en noodzakelijk acht om te registreren, rekening houdend met de regelgeving.

1.3.4.3. Verantwoordelijkheid en vertrouwen zijn kernbegrippen.

1.3.5. Ontwikkelen van beleidsindicatoren op macroniveau laat toe:

1.3.5.1. het effect van onderwijsbeleid op langere termijn te monitoren.

1.3.6. Informatie over gerealiseerde onderwijsuitkomsten op systeemniveau laten toe:

1.3.6.1. resultaten vergelijken met andere scholen.

1.3.6.2. Zo kunnen ze gerichter werken aan versterking van hun kwaliteit

1.3.6.2.1. met aandacht voor verscheidenheid en eigenheid van het eigen pedagogisch project

1.4. Ondersteunen en stimuleren

1.4.1. Onderwijsinstellingen moeten hun opdrachten realiseren in complexere en meer uitdagende context.

1.4.2. Krachtig inzetten op ondersteuning is dan ook noodzakelijk

1.4.2.1. Opdracht voor de onderwijskoepels en het GO!, de pedagogische begeleidingsdiensten en alle andere vertegenwoordigende en middenveldorganisaties.

1.4.2.1.1. Moeten nodige ruimte en kaders krijgen om hun rol voldoende te spelen.

1.4.2.2. Overheid: moet verantwoordelijkheid nemen in de ondersteuning, motivering en stimulering

1.4.2.2.1. zo samen onderwijs van topkwaliteit realiseren.

1.4.2.2.2. Rol is complementair en situeert zich op domeinen en taken die de draagkracht van de ondersteunende onderwijspartners overstijgt.

1.4.3. Gepassioneerde leraren

1.4.3.1. blijven zichzelf voortdurend ontwikkelen

1.4.3.2. staan open voor nieuwe inzichten en innovaties

1.4.3.3. via kennisdeling kunnen leraren van elkaar leren en zo vooruitgang boeken

1.4.3.3.1. Uitwisselen van innovatieve en goed werkende praktijken en van het ruim aanbod van leermiddelen van uiteenlopende organisaties zijn hier voorbeelden van.

1.4.3.3.2. Open staan voor en zich krijgen op vele goede praktijken is hierbij belangrijk.

1.4.3.3.3. Goede communicatie moet ervoor zorgen dat deze praktijken beter bekend en verspreid raken.

1.4.3.3.4. Zo werken aan het beeld van de leraar als maatschappelijk gewaardeerde professional.

1.5. Grenzen verleggen

1.5.1. Uitdagende leercontext die ervoor zorgt dat ieder zijn grenzen leert kennen en ze leert verleggen is nodig om te leren, te groeien en te ontwikkelen.

1.5.2. Er is een grote kloof vaststelbaar tussen de sterke en zwakkere presteerders.

1.5.3. Studiekeuzes bevestigen vaak nog de stereotype patronen van ouderrollen

1.5.3.1. Jongens- en meisjesberoepen worden zo in stand gehouden.

1.5.3.2. Genderbewuste studieoriëntering dient doorbroken te worden.

1.5.4. In vergelijking met andere landen kent Vlaanderen meer schoolse vertraging

1.5.4.1. Relatief veel jongeren zonder kwalificatie verlaten het leerplichtonderwijs

1.5.4.2. Ook meer leerplichtige jongere in het buitengewoon onderwijs

1.5.4.3. Efficiënt en effectief gelijke-kansenbeleid moet de prestatiekloof op basis van socio-economische achtergrondkenmerken wegwerken.

1.5.4.3.1. Het is van fundamenteel belang dat scholen ondersteuning krijgen voor het ontwikkelen van een holebivriendelijke omgeving.

1.5.4.3.2. Streven naar gelijke kansen mag niet betekenen dat we de lat lager leggen, onderwijs moet juist alle leerlingen maximaal uitdagen.

1.5.4.3.3. Waar het Vlaams onderwijs het minder goed doet, wil de minister zich gericht inzetten op het verdiepen of verbreden van het curriculum en op de nodige begeleiding en ondersteuning om prestaties te verbeteren.

1.5.4.3.4. Rol van leraren, schoolleiders en ouders is cruciaal